Voeding heeft heel veel effect op je hersenen, je neurotransmitters en daarbij je gemoedstoestand. Neurotransmitters zorgen voor de signaaloverdracht tussen je zenuwcellen en besturen daarmee je motorisch- en sensorisch systeem. Voorbeelden van neurotransmitters zijn dopamine, serotonine en (nor)adrenaline.

 

Veel neurotransmitters worden door aminozuren (eiwitten) aangemaakt. Veel van deze eiwitten worden niet door het lichaam zelf aan gemaakt, maar moeten via voeding gevormd worden in het lichaam. Daarom is het heel belangrijk om voldoende voeding te eten dat deze aminozuren bevat. Zo is de ziekte van Parkinson in verband gebracht met een tekort aan dopamine, waardoor de motoriek dus verslechterd en stijfheid en beperking in beweging optreed. Depressie is weer in verband gebracht met een tekort aan serotonine, dat voornamelijk bekend staat om zijn stemmingsverbeterende werking.

 

Wanneer je heel gezond eet, en je toch last hebt van je stemming of je lichaam is het ook mogelijk dat er iets mis is met de werking van je darmen. Je darmen produceren namelijk uit je voeding al deze aminozuren en hormonen, die de neurotransmitters uiteindelijk weer aansturen.

Wanneer je darmen van slag zijn, voel je je vaak ook prikkelbaarder. En een beschadigde darm daarom ook een relatie met depressie. In het boek " De mooie voedselmachine, de charme van de je darmen" van Giulia Enders wordt dit heel mooi uitgelegd.

Waar de storing zich bevindt, is dus belangrijk om te weten, zodat je het op kunt lossen.

In een consult en daarbij een voedingsanalyse kan ik je dit helpen met het ontcijferen hiervan, zodat ik een plan voor je kan maken, waar je je weer goed door gaat voelen.